Laagjes

De monumentale abstracte schilderijen van Mark Rothko (1903-1970) zijn op het eerste zich misleidend eenvoudig: twee of drie rechthoeken boven elkaar, in aanvullende of contrasterende kleuren, en een basiskleur op de achtergrond. Maar wie zijn werk bekijkt zoals het hoort, voelt dat er veel meer aan de hand is. Rothko werkte met een techniek die hij aan niemand prijsgaf, zelfs niet aan zijn assistenten. Een deel van het bijzonder levendige effect dat zijn werk heeft, komt door het aanbrengen van laag over laag over laag van kleuren. Daardoor ontstaat een soort diepte, een zindering. Onder elke kleur schemert een andere, en nog een andere, en dat voor alle vlakken op het doek. Het canvas waarop hij werkte was zowat drie op vier meter, en hij raadde de kijker aan om op een halve meter van het werk te gaan staan. Niet zo grappig als het klinkt: het lijkt een beetje alsof je gaat opgeslokt worden door de kleurvlakken, die zich om je heen lijken te plooien. Een omhelzing van kleur, in meerdere lagen. Ik raad het iedereen aan.

Soms is dat ook precies hoe het gaat met het schrijven van boeken: laagjeswerk. Een laag aanbrengen en stoppen. Laten rijpen. Herbeginnen. Nog een laag. Weer wachten. Als het misloopt, geraakt zo’n boek nooit af. Als het lukt, kan het een meesterwerk zijn.
Ik heb nog geen meesterwerken geschreven. Maar ik werk met laagjes aan twee manuscripten die ondertussen allebei al tien jaar een deel van mijn leven uitmaken. Wanneer ik eraan schrijf. Wanneer ik ze laat rusten. Ze duiken overal op, ze vragen om veel tijd en veel voelen en veel laagjes.
Niet zo lang geleden schreef Ted van Lieshout zijn frustratie van zich af op zijn blog: hij had een helder beeld van waar hij heen wilde met een nieuw boek, wat het moest worden en hoe het moest klinken. En dan begon hij te schrijven en lukte het helemaal niet. Hij kreeg de toon en de helderheid en het effect dat hij zo duidelijk kon voelen maar niet in woorden op papier. Hij liep er de muren van op.
Ik wil mij niet vergelijken met een meester als Van Lieshout. Maar ik herkende zijn probleem wel.
Mijn twee manuscripten hebben mij geleerd dat je ambitie soms groter is dan je kunde. Je kunt een natuurtalent zijn in lopen, maar zonder de juiste training haal je het einde van de marathon niet. Het vraagt toegewijde oefening, een verfijnen van techniek, een overgave aan pijn en onzekerheid. En je moet niet alleen ver genoeg gevorderd zijn in de techniek van het schrijven om een verhaal te kunnen neerzetten zoals het dat vraagt, je moet ook genoeg geleefd hebben. Gevoeld. Geleerd. Begrepen. Tot je op een dag voelt: nu kan ik het. En dan nog blijft het een uitdaging van formaat.

Ik koester mijn twee manuscripten-in-wording meer dan welke van mijn uitgegeven boeken ook. Omdat ze al zo lang mijn trouwe gezellen zijn. Omdat er zoveel van mijzelf inzit. Om het vertrouwen dat zij in mij hebben, dat ik er uiteindelijk in zal slagen om ze op papier te krijgen zoals ze het verdienen. De uitdaging die zij mij daardoor ononderbroken geven, heeft van mij in die tien jaar een veel betere schrijver gemaakt dan ik was. En we zijn nog niet over de eindmeet, mijn verhalen en ik. En wat een mooie, lange marathon is het schrijven ervan.

Kirstin Vanlierde

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


− four = 1