Bernlef

Naar aanleiding van het overlijden van Bernlef, 29 oktober 2012

Je krijgt leerlingen nooit zomaar aan het lezen. Dat is mijn ervaring. Op die één of twee witte raven per klas na, die boeken verslinden omdat ze dat gewoon leuk vinden, moet je jongeren stimuleren om te lezen. Door hen zelf het boek te laten kiezen, bijvoorbeeld. Of door hen te verplichten. Maar dan moet je wel heel doordacht beslissen wat je hen verplicht te lezen. Want de totale aversie is niet ver weg als je dwang gebruikt.
Ik heb het een aantal jaren gedaan, en het was mijn meest geslaagde opdracht ooit. Officieel heette het een boekbespreking, maar ik was er een krak in om opdrachten te verzinnen die leerlingen niet van het internet konden halen of van elkaar konden kopiëren. In het zesde jaar van Gezondsheids- en Welzijnswetenschappen vond ik dat leerlingen wel eens de betere literatuur moesten gelezen hebben, of ze dat nu wilden of niet. Ze hoefden het niet te lusten, maar ze moest wel proeven.

En dus liet ik hen voor die ene bewuste bespreking de keuze: ofwel Hersenschimmen van Bernlef, ofwel Langs schrijverszijde van Erik Vlaminck. Een boek over dementie, of een boek over psychiatrie. Twee aandoeningen waar ze zeker nog mee te maken zouden krijgen als ze voort studeerden in de gezondheidszorg of het sociaal werk, wat de meerderheid van plan was. Twee literaire pareltjes.
De opdracht repte met geen woord over vertelperspectief, structuur, personages, enzovoort. Ze bestond uit een handvol vragen die eigenlijk alleen maar gingen over de aandoening, in de trant van: wat voor indruk maakte dit boek op jou; wat heb je bijgeleerd; hoe kijk je nu anders aan tegen dementie/psychiatrie; wat hebben deze mensen volgens jou nodig aan zorg en opvang? De grote meerwaarde van die boeken voor mijn leerlingen was namelijk precies dat ze de lezer meenamen in het hoofd van de zieke, en dat de confrontatie zo heel levensecht werd. Eigenlijk is dat wat literatuur altijd moet doen: mensen raken onder hun pantser.

Het gros van de besprekingen begon als volgt: ‘Ik zag er heel erg tegenop op het boek te lezen, maar nu ik het gedaan heb ben ik heel erg blij. Het was een fantastisch boek.’
Op een paar uitzonderingen na hadden mijn leerlingen niet alleen geproefd van literatuur met grote L, maar ook ontdekt dat ze het lustten.

Rust zacht, Bernlef. Je zult gemist worden. Maar nog lang gelezen.

 

Kirstin Vanlierde

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


− five = 1