Category Archives: Hamse auteurs

Staf De Wilde

Staf de Wilde (° Hamme-Durme 22 februari 1948) : studeerde voor onderwijzer en later Germaanse filologie en gaf ruim dertig jaar les als leraar Nederlands in de derde graad van het secundair onderwijs in Brugge; overvalt Vlaamse kranten en weekbladen, en ministers met mails over allerlei onderwerpen, in het bijzonder het onderwijs, de bevordering van de poëzie , het sociale beleid, migratie, de ‘kwaliteit’ van de visuele media en de strijd tegen extreem-rechts etc.

Ook op Facebook en allerlei webblogs te lezen, in het bijzonder de eigen blog bij Skynet. De Morgen sprak in een interview van ‘de ongekroonde koning van de Vlaamse brievenschrijvers’ en het was niet eens ironisch bedoeld.

Overzicht eerdere publicaties

  • Tsja 1973
  • Sjaloom Salome 1979 (
  • Vijfjaarlijkse Guido Gezelleprijs stad Brugge 1980)
  • Tsja bibliofiel 1983
  • Per tang 1983 (alle in eigen beheer)
  • Van Nijgendst maar Allah 1985
  • Het Onafscheid 1987 (beide bij Yang, Gent)
  • Ocheriatrie 1995
  • Terug naar Hamme 1995 (beide bij Debeer in Torhout)
  • Uitzichten 1997 (bij Kruispunt in Brugge)
  • Jolie Décadence 2004 (Boekenmaker, Zaandam)
  • Winkeldochter 2005 (Boekenmaker, Zaandam)
  • De Toren van Montaigne 2006 (Boekenmaker, Zaandam)
  • Van Toen en Thuis 2007 ( proza en poëzie, eigen beheer, wel met sponsor)
  • Met twee gedichten opgenomen in ‘Vreemdsoortig Gebied, 31 Wase Dichters, Uitgeverij ‘t Oneindige Verhaal, 2006)
  • In 2010 verscheen de bloemlezing ‘Een stuk of wat’ bij uitgeverij Het Beleefde Genot in Zedelgem bij Brugge. (met de steun van de provincie West-Vlaanderen)
  • In 2011 volgde een derde boek over Hamme: ‘Dromendorp’ (eigen beheer in samenwerking met het Filip de Pillecijncomité en het Davidsfonds)

Erik De Rijck

Erik De Rijcke ° Hamme 3 maart 1963 Hij volgde les aan het Burgemeester Van Driessche Instituut te Hamme. Hij werkte vervolgens bij Apec, lintweverij Van Damme & Fils, Philips Dendermonde en Tasibel. Hij woont nu momenteel in Leuven waar hij werkt bij de firma Vigo. Hij is ook van af de beginperiode actief lid van de Heemkundige Kring “Osschaert”

Van jongsaf aan was hij gefascineerd door geschiedenis. Vooral hoe het er werkelijk aan toeging boeide hem mateloos, niet de mooie Hollywoodversies die men in de bioscoop zag. De eerste kriebels kwamen opzetten met de wapenschilden die bovenaan de pilaren van de middengang in de grote kerk te Hamme aanwezig zijn. Van wie ze waren, waarom ze er hingen enz… Dat deed hem er toe aanzetten om actief te gaan opzoeken in achieven. De voeling met oude papieren, het idee dat het zoveel jaren oud was deed de drijfveer alleen maar groeien. De microbe liet hem niet meer los. Op geschiedkundig gebied was er te Hamme nog veel onontgonnen terrein.

Kerkhoven begraafplaatsen van Groot Hamme (1996) was de eersteling. Hierin pluisde hij de gemeenteraadsverslagen uit naar de aanleg en beheer van de kerkhoven en begraafplaatsen van Hamme, Moerzeke en Kastel. Ook werd hierin een overzicht gegeven van de diverse (en inmiddels verloren gegaande) rouwgebruiken die er vroeger in Hamme waren en hun oorsprong. Tijidens verder opzoekwerk naar een ander project vond hij nog voldoende gegevens om een vervolg te schrijven (1999). Hierin waren verdere wetenswaardigheden over de kerkhoven vermeldt en een beschrijving van de rouwgebruiken die het Hamse gemeentebestuur hield bij het overlijden van drie Hamse burgemeesters die in een tijdspanne van vijftien jaar stierven tijdens hun ambtsperiode. In dat jaar verscheen ook Geschiedenis van een Spin. Hierin werd de historiek van Tasibel op papier gezet, de spinnerij en weverij waar hij werkte, ter gelegenheid van het 75 jarig bestaan. De Nouvelle Filature et Cordrie de Hamme had gedurende ruim 50 jaar een spin in haar briefhoofd omdat de stichters vonden dat “de spin een natuurlijke spinster van garen was”.

Vervolgens was het rijke archief van het OCMW aan de beurt. De geschiedenis van het Hamse ziekenhuis en een overzicht van 140 jaar medische zorgverlening in Hamme werd van naderbij bekeken en eveneens te boek gesteld (2001). Kroniek van een kliniek- het hospitaal van Hamme. De presentatie van het boek dat samenviel met een overzichtstentoonstelling werden door het publiek zeer gesmaakt.

Twee jaar later verscheen de Geschiedenis van de dekenale St.-Pietersbandenkerk te Hamme (2003). Dit lijvig boek, geïllustreerd met vele kleurfoto’s was het een correctie en aanvulling van het enkel in “Het Parochieblad” verschenen werk van Alphonse Bogaert “Geschiedenis van de grote kerk van Hamme”. Hierin werden hardnekkige onjuistheden over de heel oude kerk op glasheldere manier weerlegd. Het boek verscheen in 2003 ter gelegenheid van 250 jaar kerkwijding, toen de heropgebouwde kerk in 1753 voltooid werd. Ook hier ging een tentoonstelling mee gepaard. Waar in een tentoonstelling ter gelegenheid van het nieuwe millennium het zwaartepunt lag bij de kunstschatten van kerk werd nu de nadruk gelegd bij het Woord Gods en zijn verkondigers. De vele missalen en andere boeken waaronder een incunabel werden in de kerk tentoongesteld alsook een overzicht van de vele geestelijken die ikn de St.-Pieterskerk een werkterrein vonden.

Tijdens het opzoekwerk in de archieven van de kerkfabriek vond hij ledenlijsten van diverse broederschappen die er te Hamme waren. Hieruit ontstond het idee om alle religieuzen en geestelijken van Hamme op te zoeken en op te nemen maar het aantal liep behoorlijk op om enkel als bijlage opgenomen te worden.

Met 175 jaar gemeentelijke brandbestrijding belicht heemkundige Erik De Rijcke het ontstaan van de brandweerkorpsen van Hamme en Moerzeke die met de gemeentefusie tot 1 korps samensmolten. Een overzicht van de vele branden en ander onheil dat deze twee gemeenten teisterden aangevuld met vele illustraties maakt van dit werk een uiterst aangenaam te lezen boek.

Verder op stapel staande projecten zijn:

  • De Heren der Heerlijkheid Hamme en St.-Anna
  • Volgelingen van Hippocrates (Artsen en geneesheren van Hamme en Moerzeke)
  • Een studie over alle religieuzen en geestelijken te Hamme geboren (dit zou uiteindelijk resulteren in een zestal boeken vermits er nu al meer dan 500 gevonden zijn en de zoektocht nog lang niet voltooid)
  • De geschiedenis van het oudemannenhuis te Hamme (aanvulling van het reeds bestaande werk van Alphonse van Bogaert)

Do Van Ranst

Do Van Ranst (° Dendermonde 13 juli 1974)

Debuteerde in 1999 met ‘Boomhuttentijd’, een klein verhaal over groot verdriet, uitgegeven bij Altiora-Averbode. Samen met ‘Mijn bed is een boot’ uit 2003 en ‘Mijn hondenjongen’ uit 2004, verscheen het recent bij Davidsfonds-Infodok in de omnibus ‘DOOS’.

Naast de ietwat gevoeligere, vaak gelaagde jeugdromans, schrijft hij ook graag over zijn theatrale zielsverwante, Dina, die niet op haar mondje en gedachten is gevallen. Haar eerste theateravontuur verscheen in 2000 als ‘Zeven zinnen en een zoen’. Dit lichtvoetige verhaal over theater, ontluikende liefde en bijzondere vriendschappen is ondertussen gebundeld met drie vervolgverhalen in ‘Dit is Dina!’ Meer titels met Dina in de hoofdrol: ‘Verre vrienden en een vlek’, ‘Boze buren en bikini’s’.

Do laat zich graag inspireren door schone liedjes: Ray LaMontagne, Natalie Merchant, Buurman. Hij is gek van wat Joni Mitchell allemaal doet. Zo gek dat hij het niet kon laten om een stukje Joni in ‘Moeders zijn gevaarlijk met messen’ te citeren. Deze adolescentenroman verscheen in 2007 en won de Duetsche Jugendliteraturpreis. Maar Do is ook gek van Jazz. Als hij werkt, dan liefst met Jazz op de achtergrond. Een andere passie is theater.

Do is inmiddels 13 jaar intens aan de slag bij Voor God en den Evenmensch, een stokoude, maar levendige toneelgroep in Hamme. Daar richtte hij met enkele andere theatervrienden de kindergroep KinderkunstVEEG! op en wat later de jongerengroep OverstekendWild. Enkele wapenfeiten zijn stukken als ‘Sjakie en de Chocoladefabriek’, ‘Bollekesplastiek’, Boomhuttentijd!’, ‘Kabeljauw’ en, begin volgend jaar ‘De Blauwe Vogel’, naar het kinderboek dat in december verschijnt n.a.v. ‘Honderd jaar Maeterlinck’, een bewerking van het honderdjarige toneelstuk.

Maar het meest inspirerende luik in Do’s leven zijn Marcel (11 jaar) en Flor (9 jaar), zijn zonen en beste vrienden.

BIBLIOGRAFIE:

  • 2004 Mijn vader zegt dat wij levens redden
  • 2005 Ravenhaar 2006 Dun!
  • 2006 Morgen is hij weg
  • 2007 Zangzaad
  • 2008 De Diepvriesexpedities van Olli en Eleonora
  • 2008 Moeders zijn gevaarlijk met messen
  • 2008 Dit is Dina! 2009 Het heelal knalt!
  • 2010 Mombakkes 2010 Roadmovie
  • 2010 Verre vrienden en een vlek
  • 2010 Eline wordt een ster
  • 2011 Boze buren en bikini’s
  • 2011 Showbizzkiss

Non-fictieboeken

  • 2006 B.I.B Boekenbende in de Bib
  • 2007 Met je vinger in je neus ‘Etiquette voor kinderen’
  • 2008 Dino’s in de hoofdrol
  • 2008 Tobias in de meetjesmobiel

 

Herman Brusselmans – biografie


Herman Brusselmans (° Hamme 9 oktober 1957).

Herman Brusselmans groeit op tot een vrij succesvol voetballer bij de plaatselijke trots Vigor Hamme. Een voetbalcarrière lonkt, topclub SK Lokeren lijft hem in, maar links-buiten Brusselmans ziet geen heil in een profvoetballerbestaan. Hij relativeert te veel, denkt te veel na en beseft dat dat geen goede eigenschap voor een voetballer is. Hij besluit Germaanse filologie (met Engels als hoofdvak en Nederlandse literatuur als bijvak) te studeren aan de Rijksuniversiteit van Gent, waar hij zijn diploma licentiaat behaalde.

In 1980 neemt hij een baantje aan in een bibliotheek, om precies te zijn de ontspanningsbibliotheek van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening te Brussel. Na zijn huwelijk in 1981 vestigde hij zich in Iddergem, later (in 1986) betrok hij een flat in een van de ‘hipste’ buurten van Gent.

Tussen de boeken zittend, raakt hij zelf ook aan het schrijven. Als onderwerp kiest hij zichzelf, maar hij weet het autobiografische gelukkig wel te larderen met de nodige humor. Hoofdthema is ‘een existentiële, verlammende huiver voor eenzaamheid, geweld en dood’ (Ed van Eeden in Kritisch Literatuur Lexicon). In een interview met Corine Koole in Het Parool merkte Brusselmans op: ‘Ik beschouw mezelf als een professioneel uitdrager van een negatieve levenshouding.’

In zijn romans, interviews en recensies neemt hij een provocerende zelfbewuste houding aan en geeft hij onomwonden zijn mening. Vooral voor J.D. Salinger en Gerard Reve heeft hij grote bewondering. Het relativeren, wat bij voetbal uit den boze was, bleek hier goed van pas te komen.

Zijn debuut verschijnt in 1982: een verhalenbundel met de fraaie titel: ‘Het zinloze zeilen’. Herman krijgt de smaak te pakken en blijft schrijven en schrijven. Het ene boek volgt het andere op, een roman volgt op een novelle, en tussendoor schrijft hij ook nog korte verhalen, toneelstukken en essays. Zijn tweede boek, “Prachtige ogen”, krijgt in 1984 de Yang-prijs toegekend. Samen met Tom Lanoye schreef hij het toneelstuk De Canadeze muur.

Alle romans en verhalen kennen een hoge autobiografische graad. ‘De man die werk vond’ bijvoorbeeld handelt over zijn baantje als bibliothecaris. Verder spelen in tal van zijn boeken zijn eerste twee vrouwen (Phoebe en Gloria) een belangrijke rol. Ook schrijft hij tal van columns (o.a. voor ‘Humo’ en ‘Esquire’) en recensies (prachtig gebundeld in het hilarische ‘De geschiedenis van de Vlaamse letterkunde’.

Tevens mag hij regelmatig zijn vaak ongezouten mening etaleren op de (Vlaamse) televisie, rijdt hij graag rond op zijn motor, houdt van vrouwelijk schoon, is kettingroker en heeft sinds 17 december 1993 de drank afgezworen.

Naast beroepsschrijver is hij drummer in een rockgroep, The Smiling Disease en ondanks een rol in de hitfilms “Camping Cosmos”(1996) en “La vie sexuelle des Belges”(1994) is naar een acteercarrière nooit actief gestreefd.

De meeste literatuurcriticasters zijn niet echt te spreken over het werk van Herman, het publiek des te meer. Een van de oorzaken daarvoor is dat Brusselmans het niet geringe vermogen heeft om zo’n twee a drie boeken per jaar te schrijven, en in de huidige literatuurkringen kan dat natuurlijk niet: een boek, daar doe je drie jaar over, zo niet gewoon je hele leven. “Ik ga niet van de daken schreeuwen dat ik niet wakker lig van de kritiek op mijn boeken”, zegt Brusselmans daar zelf over. “Maar het getuigt van weinig kracht als je na 25 boeken, waarvan de laatste tien bij voorbaat worden afgekraakt, nog wakker te liggen van kritiek. Dan heb je geen prettig leven.”

Luk Buyle

Luk Buyle (65) publiceert een indrukwekkende Filip De Pillecyn kalender. Daarin laat hij de schrijver in vele gedaanten naar voor treden. Het gaat over de mens, zijn vreugde en zijn verdriet. Een Vlaming, ambitieus en kwetsbaar. Grote en kleine verhalen, gereputeerde en naamloze Vlamingen passeren samen met de schrijver de revue. Het werd een boek van 410 pagina’s met honderden illustraties en kopieën van veelal unieke documenten samen met vier dvd’s in luxe verpakking.

Meer dan 5 jaar werkte Luk Buyle aan dit project. Hij gebruikte bestaande bronnen.

De documenten over en van Filip De Pillecyn die Luk Buyle jarenlang verzamelde, zijn indrukwekkend. Het gaat om wel honderden persoonlijke voorwerpen, tweehonderd foto’s en meer dan tweeduizend geschriften en brieven die nog nooit werden getoond. Hij wil die schat aan informatie met zo veel mogelijk mensen delen. Vandaar de publicatie van de Filip De Pillecyn kalender. De bewondering van Luk Buyle voor Filip De Pillecyn dateert al van 1966. Hij was toen medeorganisator van het comité dat aan de monding van Durme en Schelde het Filip De Pillecynmonument oprichtte. Pas toen hij met pensioen ging, was er tijd om volledig de Filip De Pillecynkalender te focussen.