Author Archives: Boekenweekend

Harry Van Royen – biografie

Harry van Royen (Hamme, °1965) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent. Als stafmedewerker wetenschappelijke werking was drs. Harry Van Royen verbonden aan het Abdijmuseum Ten Duinen 1138 (2000-2010), waar onder andere de coördinatie van de studie over het cisterciënzererfgoed van de Duinenabdij, haar erfgoed en gerelateerd cisterciënzererfgoed in de Lage Landen centraal stond.

Hij stond in voor de organisatie van studiedagen over productie en gebruik van tegels, bakstenen en natuursteen in cisterciënzerabdijen. Dit resulteerde o.a. in de publicatie Medieval Brick Architecture in Flanders and Northern Europe: The Question of the Cistercian Origin, Novi Monasterii, 7 (Gent: Academia Press, 2008). Was deeltijds docent aan de opleiding architectuur te Diepenbeek (2008-2011) en is vrijwillig wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit Gent, departement geschiedenis en assisteert bij prof. dr. Erik Thoen de practica ecologische geschiedenis (sinds 2004).

Is lid van verschillende industrieel-archeologische erfgoedverenigingen en is momenteel als projectmedewerker in het kader van Mercator 2012 verbonden aan de Stedelijke Musea van Sint-Niklaas.

Thomas Du Caju

Thomas Du Caju (° Oostende, 29 mei 1970)
Thomas werd geboren in Oostende op 29 mei 1970 en verbleef het grootste deel van zijn jeugd in Hamme, waar zijn vader chirurg was. Ze woonden vlakbij de Mira-brug, van waar ze geregeld gingen wandelen langs de Schelde richting Driegoten.

Thomas studeerde plastische kunsten aan St.-Lucas in Gent, waar hij met een vrij grote Hamse “delegatie” geregeld in de week Gent onveilig maakte en in de weekends in Hamme op stap ging.
Het is ook daar dat hij zijn vrouw leert kennen. Later verhuist hij naar Wetteren (bij Gent).

Als freelance tekenaar leverde hij artistiek werk voor verschillende bedrijven.

Bij Graphics & Animation in Antwerpen werkte Thomas mee aan diverse animatieseries, ondermeer: Ivanhoe, Turtle Island en Winitoons.

Vanaf 1999 trad hij in dienst bij Studio 100 waar hij vooral werkt aan alles wat met 3D te maken heeft (CGI: Computergenerated Imaging).

Zijn ware ambitie ligt echter in de stripwereld. Met de misdaadserie “Sabbatini” heeft Thomas alvast een eerste grote stap gezet. Het eerste verhaal verscheen meteen in België, Nederland en Frankrijk. Momenteel is Thomas ook één van de vaste tekenaars van Merho’s “Kiekeboe”.
Betty & Dodge is het geesteskind van het schrijversduo Jean-Claude Van Ryckeghem en 
Pat Van Beirs én Thomas Du Caju. Die laatste neemt voor deze nieuwe reeks afscheid van Sabbatini dat hij samen met Luc Morjeau maakte. Maar Betty & Dodge mag best een meer dan waardige vervanger genoemd worden. In het allereerste album Moord in Manhattan maken we kennis met Betty, een mooi meisje uit de betere kringen die toevallig te weten komt dat ze geadopteerd is en dat haar echte vader gevlucht is naar Amerika. In haar zoektocht – dat haar mooie leventje helemaal ondersteboven zet – wordt ze tegen wil en dank geholpen door persjongen Dodge. Een ware liefde-haat relatie start…

Albums van Thomas Du Caju

Betty & Dodge / uitgever Standaard / auteurs: Pat van Beirs, Thomas Du Caju, Jean-Claude van Rijckeghem

  • Moord in Manhattan (2008)
  • Crash in Quebec (2009)
  • Gijzeling in Kent (2010)
  •  Aanslag op Engeland (2010)
  • Vermist in Madrid (2011)
  • Verraad in de Pyreneeën (2011)

Kiekeboe / uitgever Standaard / auteurs: Thomas Du Caju, Peter Koeken, Robert Merhottein (Merho), Ria Smits

  • De Kangoeroeclub (2009)

Sabbatini / uitgever Dupuis / auteurs: Thomas Du Caju, Luc Morjeau

  • Het mummiecongres (2005)

Sabbatini / uitgever Mezzanine / auteurs: Thomas Du Caju, Luc Morjeau

  • De codex robotica (2006)
  • Black requiem (2007)
  • Het Antikytheraprincipe (2008)

Louis Windey – biografie

Louis Windey (°Moerzeke 19 mei 1940)

Louis Windey, alias W I L werd geboren te Moerzeke op 19 mei 1940. Hij woonde tot zijn 7de jaar in de Ommegangstraat en later in de Kaaiwegstraat, nu Killestraat. Heeft in Duitsland gewoond als beroepsmilitair en woont nu in de Bootdijkstraat te Moerzeke. De bedoeling van het schrijven in zijn eigen Moesses dialect is, het in stand proberen te houden van onze Moese streektaal, voor het nageslacht.

Moes Gee Mijn Hert Gestolen

Vertellingen in het Moese dialect over wat er vroeger jaren in Moes te beleven was als kind en ook als volwassene. Er waren 120 cafeetjes in Moes en tussen die cafeetjes verkochten ze in burgerhuizen ook nog bier. Alle cafeetjes worden hier in vernoemd, ook die van Kastel. ➢

Moes Mijn Duirrep Ouen De Schelde

Het vervolg van het eerste boek met nog vertellingen maar al meer recenter dan het vorige, met als afsluiter alle verenigingen van Moes die er vroeger waren.

Straffe Moese Verhouelen en Straffe Figuren

Dit zijn allemaal verhalen die echt gebeurd zijn of toch voor echt verteld zijn. Ik laat hier de lezer zelf beslissen of het allemaal waar is wat er in wordt verteld. Ik kan met mijn hand op mijn hart zeggen, dat alles echt gebeurd is. Op het einde kan je alle bijnamen lezen die er ooit in Moes en Kastel waren en genoemd werden.

Naar Ergens Anders

Dit boek is mijn eerste boek in het Nederlands geschreven en is tevens mijn debuutroman. Ik heb deze roman geschreven naar aanleiding van de 20ste verjaardag van de afbraak van de Muur van Berlijn. Het verhaal speelt zich af kort na de 2de Wereldoorlog bij de verdeling van Duitsland en verteld over de bouw van de muur, het IJzeren Gordijn en het vluchtelingenprobleem daar aan verbonden, tot de afbraak in 1989. Daar rond heb ik mijn roman opgebouwd die over twee families gaat die proberen het Westen te bereiken met alle gevolgen van dien. Ik ben zelf verschillende keren op die plaatsen geweest, omdat ik destijds in Duitsland woonde als beroepsmilitair. Ik weet dus perfect goed waarover ik schrijf.

Belevenissen Van Een Wielertoerist, al fietsend door de 5 Vlaamse provincies en ver daar buiten.

Alle tochten door de 5 Vlaamse provincies en ver daar buiten, die hier in vermeld staan heb ik zelf gereden en bijgehouden tussen 1999 en 2009. Pech onderweg, valpartijen, afstanden van soms meer dat 260 km, kortom alles wat u als wielertoerist ook maar kan tegenkomen. Ook de mooie dingen worden hier vermeld: het behalen van klassementen, zoals Klimbrevet en Classics en nog veel meer. Het is een wegwijzer door Vlaanderen voor de liefhebbers van de fiets. Het boek wordt uitgegeven bij de start van het Wielerseizoen 2010, op 5 maart 2010

“Muuerd In De Boskes Van De Roggeman”

geschreven in het “Moeses Dialect” telt 151 blz. en is een fictief verhaal, dat bol staat van knotsgekke toestanden, vol van humor en de lachspieren prikkelt. Het is een gebeurtenis, die zich in de plattelandsgemeente “Moes” afspeelt begin 1900. De overstroming van 1906 en de aanleg van de toenmalige tramlijn tussen Hamme en Moerzeke en Kastel, lopen als een rode draad doorheen het verhaal. Het gemeentebestuur en de wet worden op de korrel genomen en het zwarte schaap doorheen het verhaal is de “sjampetter”, die langs alle kanten bespot wordt, misschien door zijn voorkomen en zijn handelingen tegenover de dorpelingen, maar die eigenlijk een goedhartig man is. Het dorpsleven of hoe het er zou kunnen uitgezien hebben in die periode, wordt hier danig verpest door de ordehandhavers, op zoek naar mogelijke daders en zelfgewin. Elke “Moeseneier” die in het verhaal voorkomt, wordt met de bijnaam genoemd. Bijnamen die in “Moes” nog nooit gehoord of genoemd zijn. Het is het vierde in een rij van in het “Moese dialect” geschreven boeken door Louis Windey. “Muuerd In De Boskes Van De Roggeman” is een aanslag op de lachspieren van elke lezer.

“ Moes – Kastel of Ham, Tes Overal Iets”.

Geschreven in het Moese Dialect telt 154 blz. Het zijn “ Aawetse en Nieverwetse verhouelen, liekes en rijmkes”. Het is het vijfde boek in het Moese dialect geschreven, dat nu uitgegeven wordt. Is geschreven en gezien door de humoristische bril van WIL. Ouderwetse liedjes en rijmpjes met een sappig Moeses Dialectsausje overgoten, over vroeger jaren, hoe de mensen zich hier in die tijd ontspanden, hoe ze over hun dorpje liedjes en rijmpjes begonnen te schrijven. Oude verhalen die weer boven komen gemengd met recentere maar vol van humor. Bijna ongelooflijk en toch echt gebeurd, gegarandeerd door de Moese auteur Louis Windey. De lachspieren zullen door het lezen van die bijna ongelooflijke verhalen ernstig geprikkeld worden. Moes – Kastel en Ham wordt op de korrel genomen, want zeg nu zelf “ Tes toch overal Iets” hé?

“DE SCHAT IN DE BIEETMIJN” (161 Blz.)

Is een humoristisch verhaal, geschreven in het Moese Dialect over de wijk “ Den Buutdijk” na het vertrek van de Spanjaarden die hier lelijk huis hebben gehouden. Giel den Buutdijk stout op stelten. Komische toestanden spelen zich af tussen de bevolking, de gewone burger en de rijkere mensen. Maar ook rampen zijn hun deel. Het verhaal is een mengeling van fictie en werkelijkheid. het gaat over de geschiedenis van die wijk en zijn bewoners in vroegere tijden. Geschreven met een satirisch tintje, veel humor, maar soms ook wel eens een traantje.

“ARGUS EN DE ZILVERREIGER” ( De Seriemoordenaar ) 247 Blz.

In het Nederlands geschreven. Het is een politieverhaal dat zich afspeelt in een provinciestadje niet ver van de hoofdstad. Hier loopt er een onderzoek naar de dader van een moord. Tijdens dat onderzoek worden er in dezelfde streek nog moorden gepleegd. Men kan dus bijna met zekerheid stellen, dat hier een seriemoordenaar aan het werk is geweest. Argus is als hoofdcommissaris in een ander korps aangesteld. Hij moet met zijn kennis van zaken en zijn alziende ogen, zijn vriend De Zilverreiger gaan bijstaan om de dader te vinden. Argus En De Zilverreiger zijn hun bijnamen, die ze van collega’s gekregen hebben. Het is een spannend politieverhaal, met als achtergrond de stedelijke verpaupering, de prostitutie en het druggebruik. Het is het tweede boek van Louis Windey in het Nederlands geschreven.

HERINNERINGEN UIT … MOES … HAM … ZOG … KASTEL. ( 134 Blz. )

Het zijn natuurlijk weer verhaaltjes over vroeger jaren die allemaal echt gebeurd zijn Ze zijn geschreven in het dialect van onze streek en gezien door de humoristische bril van W I L. Het zijn stukjes erfgoed, die als ze niet verteld worden en niet in boekvorm gebundeld worden, dreigen verloren te gaan. Door deze herinneringen samen te bundelen, probeer ik een deel van het Moese erfgoed te bewaren voor de jongere generatie. Het zijn grappige verhaaltjes geschreven in ons sappige dialect. Het zijn echte feiten, maar met veel humor verteld.

Met ‘Straffe Moese Verhoulen’ scoorde Louis Windey uit de Bootdijkstraat hoog tijdens het Hamse boekenweekend in oktober. De geboren en getogen Moerzekenaar heeft nog meer proza en poëzie in petto. ‘Het begon met mijn verhalenbundel Moes Gee Mijn Hert Gestolen’, zegt Louis (69). ‘Eigenlijk was het nooit de bedoeling om boeken uit te geven. Ik schreef de eerste verzameling van verhalen om mijn kleinkinderen voor te lezen over vroeger en hen het Moese dialect te leren kennen. Het werd een aaneenschakeling van anekdotes. Dertig van deze vertellingen verschenen in het jaarboek 2008 van de Heemkundige Kring Osschaert. De reacties waren zo positief dat ik er een boek van maakte.’ Windey is sinds zijn pensioen helemaal door de schrijversmicrobe gebeten. ‘Eigenlijk schreef ik altijd graag. Op school kreeg ik steevast negen of tien voor mijn opstelletjes. Die gingen toen over noten rapen, avonturen in de omgeving van de Schelde of het Moerzeekse carnaval. Ik mocht dikwijls mijn opstel voorlezen voor de klas. Dat deed ik graag, want ik was nooit verlegen. Als beroepsmilitair in Kassel schreef ik ook regelmatig anekdotes voor het tijdschrift van het bataljon.’

Moes, Mijn Durrep Ouen De Schelde werd zijn tweede verhalenbundel. Naar aanleiding van de twintigste verjaardag van de val van de Berlijnse muur schreef Louis zijn debuutroman Naar Ergens Anders, zijn eerste publicatie in het Algemeen Nederlands. ‘Voortaan leg ik me toe op fictie, al dan niet gebaseerd op gebeurde feiten. Mijn vijfde uitgave wordt voorgesteld in oktober van dit jaar en krijgt Muuerd In De Boskes Van De Roggeman als titel. Het is een volledig fictief verhaal, dat zich afspeelt rond 1900 in Moerzeke. Daarin komen twee historische feiten voor, de bouw van de tramroute in Kastel en de overstroming van 1906. Ik bedacht fictieve namen voor personen die bekend waren in ons dorp. De champetter is voor oudere mensen zeker herkenbaar, net als de vele cafés die ik ook een ander uithangbord gaf.’ Louis zit niet stil, want hij schreef al het manuscript voor zijn zesde boek. Dat krijgt als werktitel Moes, Kastel en Ham, ouderwetse verhalen. ‘Ook nu weer verwerk ik herinneringen en waargebeurde verhalen uit de periode vanaf 1900, met onder meer liedjes van rond de open haard, gedichten, verwijten tussen Moerzekenaren en Kastelnaren en zelfs de onenigheden tussen Moerzeke en Hamme. Nu Moerzeke binnenkort voor het eerst een burgemeester levert in Hamme, krijgt ook Herman Vijt een schalkse vermelding.’ (uit Het Nieuwsblad)

2010 – Ludiek verslag door Louis Windey

LUDIEK VERSLAG OVER DE GEBEURTENISSEN.

Het begon al enkele dagen voor de openingsreceptie met een persvoorstelling in het PTI in Hamme. De aanwezige auteurs kregen een persmap met alle inlichtingen over hun collega’s schrijvers.
Het thema was naar een boek van de Hamse schrijver Herman Brusselmans verwijzend: “ Letterkes in de zep”. De nieuwe directeur van het PTI mevrouw Van Herzeele, die niets met “Herr Zeele” te maken heeft, had het over en ik citeer: “ Woorden zijn wind, voortgebracht door trillingen van stembanden, gedragen door lucht”. Als nieuwe directeur en niet van Hamme afkomstig zijnde, stond ze haar mannetje ( vrouwtje) tegenover de aanwezigen met haar gesmaakte uitleg, over wat er ons de komende dagen zou te wachten staan.

Geflankeerd door Kurt en Pat, voelde ze zich tussen deze twee bonken, veilig. Niets kon haar gebeuren dacht ze?
Na haar ceremonie protocollaire was het aan de aanwezige schrijvende pers om de pieren uit de neus van de auteurs te halen om toch maar niets te moeten missen en om de klassieke foto te nemen. De
verslaggevers en fotografen van Gazet Van Antwerpen deden hun werk. Daarna werden we vergast op een natje en een droogje, waarvan dat laatste heel keurig klaargemaakt was door de kok met dienst. Het werd door de aanwezigen fel gesmaakt. Warme hapjes en koude drankjes gingen er goed in.

Mevrouw van Herzeele zocht aan de verschillende tafels de auteurs op voor een babbel. Ze was afkomstig van Assenede hoorde men daar en naar het schijnt, Assenede dat een bekend mosselstadje geweest is, is er vanaf haar indienststelling, nog nooit zo een grote verkoop geweest in Hamme van mosselen. Ik persoonlijk heb mijn bedenkingen daar bij.
Op 22 oktober was het dan zo ver. Zo tegen 19.30 u stond de “ Railway Jazzband” in het Sas te spelen in Jan Tervaert. Een troepje muzikanten, arbeiders waarschijnlijk bij de NMBS, die op dat ogenblik in staking waren en die hier hun lusten kwamen botvieren, omdat het ergens anders niet kon. Hun naam spreekt boekdelen: “ Railway”. Of vergis ik mij?

Patje die een verhouding heeft met al wat micro en soms macro is, deed het openingswoord staande achter een micro en gaf dan het woord aan medeorganisator mevrouw Van Herzeele, directeur PTI. Die mevrouw die vertikte het om in die micro haar klapke te doen en stond liever achter de lessenaar ( gewoonte van onderwijzend personeel ) en in de lichten van de boven haar geplaatste spotjes, die haar prachtige verschijning nog wat mooier in de verf zette. Er werd dan ook nog harder in de handen geklapt dan nodig was na haar uitleg.

Ze had het over bomen planten en blaadjes te laten groeien tijdens dit weekend. In deze tijd van het jaar, meen ik mij altijd te herinneren, dat de blaadjes nu niet groeien, maar allemaal afvallen in de zep, zoals er in vroeger tijden ook met Eva gebeurde. Of hebben ze in Assenede andere seizoenen? Ik weet het niet, al kom ik daar soms eens doorgereden met de fiets, ik zie weinig
verschil met hier. Zij ging het kort houden zei ze en dat deed ze ook.

De hoge piet van het onderwijs Vlaanderen die ook zijn woordje kwam doen, beweerde dat hij amper 14 minuten nodig had om van Sint Niklaas naar Hamme te rijden met de wagen. Hij had waarschijnlijk nog nooit van de file gehoord op de Rijksweg tijdens en tussen de spitsuren, als telkens Mira ligt te kreunen en te jammeren, als de auto’s over haar brugje rijden?
Onze schepen van Cultuur, die onze Burgemeester Vijt verdedigde, omdat die op vijf plaatsen tegelijk moest zijn. Als die zo voort doet, is het begin van het nieuwe jaar herverkiezing van Burgemeester.
Probeer dat maar te realiseren op vijf plaatsen tegelijk zijn? Heeft de oppositie hier soms iets mee te maken?

Toen we aan de drankjes waren stak de kop van Herman zich door het glazen deurtje en was hij van de partij, zijn vijfde van de avond.

De Heer Schepen verwees ons naar datgene waar we voor gekomen waren en we waren met velen, ook vele mensen die achteraan rechtstonden en geen zitje konden bemachtigen, het hapje en het drankje. En wij maar proberen te diëten. Is niet mogelijk in die omstandigheden.
De spoorwegarbeiders die toch niets te doen hadden, speelden tussendoor iets, maar de schuiftrobonespeler had het zeer moeilijk, telkens hij zijn schuif zo ver naar voren moest brengen, dat de
trompettist een stap achteruit moest zetten, maar die had daar geen problemen mee omdat die de processie van Echternacht al meegedaan had. “ De Railway ‘s”.
Nadat ieder zijn drankje met of zonder hapje gekregen had, werd er een aanval ingezet van de genodigden, om al die nieuwe boeken te gaan aanschouwen in de grote zaal. Achteraan in de zaal was
nog altijd die stoelendans te zien van de laatste verkiezing van onze Burgemeester, waar Kurt zijn tegengewicht en zijn boekenstand had tegen geplaatst. Er werd tot tegen middernacht gedronken en
gesmikkeld en naar boeken gekeken. Wat kunnen ze zich in Hamme toch lekker voelen als het voor niets is?

’s Anderdaags waren we opgestaan onder een grijs wolkendek met regen en dat voorspelde niets goeds. Om 14.00 u was het voor het grote publiek een komen en gaan zowel in ’t Sas als in de Grote Zaal
terwijl de auteurs hun werk deden. We moesten de zaterdagavond afsluiten omdat Sportreporter Michel Wuyts zijn kat had gestuurd, die op de Rijksweg onder een auto gelopen was en zo dat interview moest afgeblazen worden. Heb ik horen zeggen bij het ter perse gaan.

Op zondagochtend was het voor het kleine publiek en dat kon met een ontbijtbrunch samen met hun ouders en hun vriendje Geronimo Stilton.
Telkens weer werd er door de inleiders bekend gemaakt wie er dan in de stoel kwam om zijn ding te doen en ik hoorde eentje er van vragen aan de technicus, dan waren we zondagmiddag, welke micro hij zou nemen? De man verklaarde hem, dat hij best de draadloze nam, die bij de andere stonden te wachten om gebruikt te worden, om zo storingen te vermijden met de andere micro’s. De inleider verstond het even niet en vroeg: “ Hoe kan ik dat zien dat het een draadloze is?” Toen het tot hem doordrong wat hij gevraagd had, waren de lachers al weg. Ik denk, maar wie ben ik, dat die man misschien één keertje te veel het kraam met de drankjes bezocht had? Enfin. Alles werd in orde gebracht, om de aanwezigen die op dit uur 12.45 u op twee handen te tellen waren, te vertellen over Kluirren de Waterduivel, in het Moese dialect, hoe die de streek hier onveilig maakte.

Toen dan Filip Joos op de stoel ging zitten, was het sporthoofdstuk aangesproken en werd: “ De Ballenjongen” een zeer bedeesde knaap, aan het publiek voorgesteld.
De Cultuurtoer was ook aanwezig met inschrijvingsformulieren, waarop je uw gegevens kon invullen en een schatting kon maken van hoeveel ingevulde formulieren er in de kist zouden zitten, waar je die formulieren kon in deponeren.

Om de hongerige en de zoetekauwen te voorzien van spijs en drank, was er nog patisserie Antoine, waarvan de medewerkers zich als schichten voortbewogen, tussen de veel te kleine ruimten, tussen de veel te kleine tafeltjes, voor corpulente dames, waarvan er eentje de opmerking maakte: “ Zijn hier geen grotere stoelen meneer?” Ik moest haar het antwoord schuldig blijven. Dat was reeds de tweede keer in evenveel dagen, dat ik met de mond vol tanden stond, want toen ik op vrijdagnamiddag, mijn boeken naar de zaal bracht, vroeg er een heel klein en lief meisje, ik schatte ze amper 7 jaar, die met haar mama een luchtje aan het scheppen was buiten voor de ingang en die blijkbaar naar iemand wachtten: “ Meneer……” En ze liet die R zo rollen dat ik wel twee keer moest vragen: “ Wat zegt u?” “ Bent u soms Jan Tervaert?” En weer liet ze met veel smaak die twee R’s wegrollen en ik heb die niet kunnen bijhouden. Ik heb haar dan zo goed en zo kwaad mogelijk, als een echte “Moeseneier”
beleefd zoals ze allemaal zijn, uitgelegd wat Jan Tervaert was, wie hij was, en wat hem dreef. Ze keek eens in het lachende gezicht van haar mama, die met “ Kinderen hé meneer” zich er gemakkelijk vanaf maakte naar mijn bescheiden mening.
De trekpleister van de avond was Herman Brusselmans, die iets met zwarten had en die zijn hond “ Eddy” kwam voorstellen, dat was eens iets anders als zijn vrouw of zijn boek. Ik zat op de eerste rij, tegen het podium en heb het beestje eens toegeknikt, maar een Gentenaar zijnde die Eddy, gunde hij mij door de haren die voor zijn ogen hingen, geen blik. Toen dan Herman na het interview, waarbij Pat hem vroeg, wat hij zag als hij in de spiegel keek, hij direct een tegenvraag stelde aan Pat, wat die zag? Misschien was dat iets anders, misschien hing zijn spiegel tegen het plafond, maar daar kreeg Herman, hoe bekend hij ook is, geen antwoord op. Pat begon over wat anders met een heu….
Na het interview, kroop een wat stramme en stijve Brusselmans het podium af, terwijl de toehoorders applaudisseerden voor zijn hondje. Hij bereikte met veel moeite de begane grond. Langs het trapje was veel gemakkelijker geweest. Ik vroeg hem recht op de man af: “ Zou u niet beter terug gaan voetballen, want u maakt maar een stijve indruk?” “ Ik weet het, ik ben zo stijf als een plank” antwoordde hij. Kan dit anders, als iemand dagelijks met een Porche rijdt, waar je de benen niet kan in uitstrekken? Joost zal het weten, maar die was er niet.
Zes keren sloeg de klok en dat was het sein om de aftocht te blazen na de politieke interventie van een Professor. Onder de standhouders was er een geween en tandengeknars, omdat het weeral eens voorbij was. Er werd nog een extra half uurtje ingelast aan de drankenstand, om de vrienden toe te laten, nog een laatste glas te kunnen drinken en elkaar moed in te spreken, dat een jaartje rap voorbij is. Want ik denk, dat met dit succes, het Boekenweekend in Hamme, dat uniek is in Vlaanderen, nu wel degelijk in snelheid van start gegaan is.

Op naar volgend jaar zou ik zeggen.
Dit verslag draag ik op aan Alle medewerkers, standhouders, acteurs en iedereen achter en voor de schermen, de interviewers voor hun fantastische inzet, IEDEREEN die aan dit evenement heeft
meegewerkt en zeker het publiek want zonder hen zou het in het niets vergaan.
Louis Windey – Auteur Moeses Dialect.